Binnenland

Beïnvloedt onze inlichtingendienst via journalisten de publieke opinie? Minister weigert simpele vraag te beantwoorden

Help ons door dit met iedereen op je socials te delen!

De mogelijke beïnvloeding van de publieke opinie door de AIVD via journalisten staat opnieuw volop in de schijnwerpers, nadat Tweede Kamerlid Pepijn van Houwelingen (Forum voor Democratie) de minister van Binnenlandse Zaken herhaaldelijk en tevergeefs om duidelijkheid heeft gevraagd. De minister weigerde pertinent om een simpele ja-nee-vraag te beantwoorden — en dat zwijgen spreekt boekdelen.

Wat Van Houwelingen precies vroeg

De kern van zijn vraag was niet ingewikkeld: gebruikt de AIVD, net zoals zijn voorganger de BVD dat in het verleden aantoonbaar deed, journalisten om stiekem artikelen te laten plaatsen en zo de publieke opinie te sturen? Ja of nee? Het is een vraag die elke democratisch functionerende overheid zonder moeite zou moeten kunnen beantwoorden. Toch was de minister daartoe kennelijk niet bereid — of niet in staat.

---Lees verder na dit advertentieblokje---

Van Houwelingen stelde de vraag eerst schriftelijk aan het kabinet, waarna de antwoorden vaag en ontwijkend bleven. Vervolgens confronteerde hij de minister rechtstreeks tijdens een debat in de Tweede Kamer. Ook daar bleef een concreet antwoord uit. De minister verschool zich achter een wettelijke geheimhoudingsplicht en verwees naar commissievergaderingen achter gesloten deuren.

De BVD deed het al — dat staat vast

Wat niemand kan ontkennen, is dat de BVD — de voorganger van de AIVD — in het verleden wél degelijk anonieme stukken liet plaatsen in landelijke dagbladen, waaronder NRC Handelsblad. Dit is geen complottheorie, maar gedocumenteerde geschiedenis. De inlichtingendienst gebruikte de media als instrument om het publieke debat te kleuren, buiten het zicht van burgers en parlement.

De vraag die Van Houwelingen stelt, is dus volkomen legitiem: heeft de AIVD deze praktijk voortgezet? En zo nee, waarom kan de minister dat dan niet gewoon bevestigen?

Minister verschuilt zich achter juridisch jargon

In plaats van een helder antwoord te geven, greep de minister steeds terug op dezelfde formule: hij kan geen uitspraken doen – “niet bevestigend en ook niet ontkennend” – over de werkwijze en het kennisniveau van de diensten. Dat klinkt misschien als zorgvuldigheid, maar het is in feite een ontwijkingsstrategie. Want de vraag van Van Houwelingen raakte helemaal niet aan specifieke bronnen of operationele details — hij wilde simpelweg weten of de AIVD de juridische bevoegdheid heeft om journalisten in te zetten voor opiniebeïnvloeding.

Zelfs op dát punt — een vraag over bevoegdheden, niet over concrete operaties — weigerde de minister klare wijn te schenken. Van Houwelingen trok daaruit een logische conclusie: als de diensten deze bevoegdheid níét zouden hebben, had de minister dat probleemloos kunnen zeggen. Het feit dat hij dat niet deed, suggereert dat die bevoegdheid er wél is.

Media en macht: een gevaarlijke combinatie

Waarom is dit zo relevant? Omdat de media enorme macht hebben over wat mensen denken en hoe zij politieke keuzes maken. Van Houwelingen illustreerde dit met een fragment van de hoofddirecteur van het Algemeen Dagblad, waarin deze openhartig vertelde hoe mediahuizen politieke partijen kunnen helpen met hun beeldvorming — en daar ook actief op aansturen. Als inlichtingendiensten daar een vinger in de pap hebben, is dat een rechtstreekse aanslag op de democratie.

Het gaat hier niet om een abstracte angst. De AIVD benadert aantoonbaar journalisten — dat erkende ook het Toetsingsrapport van de CTIVD. De dienst zegt dat dit uitsluitend is om informatie te verzamelen, maar wie controleert dat? En wie garandeert dat er geen wederdiensten worden gevraagd in de vorm van welwillende berichtgeving of het plaatsen van specifieke verhalen?

Geen antwoord is ook een antwoord

Van Houwelingen heeft ook aanvullende schriftelijke vragen ingediend, onder meer over de hoeveelheid data die via kabelinterceptie worden verzameld en hoeveel daarvan wordt gedeeld met buitenlandse diensten. Ook hierop bleef een duidelijk antwoord uit. Het patroon is consistent: zodra het gaat over de relatie tussen de AIVD en de Nederlandse media, klapt de overheid dicht.

Dat is zorgwekkend. Een overheid die haar burgers niet kan — of wil — vertellen of staatsdiensten de vrije pers gebruiken als propagandamiddel, heeft een serieus transparantieprobleem. Zeker in een tijd waarin het vertrouwen in zowel de overheid als de gevestigde media toch al bedroevend laag is, had de minister hier simpelweg openheid van zaken kunnen geven. Dat hij dat niet deed, voedde precies de twijfels die Van Houwelingen probeerde weg te nemen.

Van Houwelingen kondigt aan de kwestie nauwlettend te blijven volgen en verdere vragen in te dienen. De debatten over de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (WIV) staan na de zomer op de agenda — een moment waarop de Kamer deze vragen opnieuw op tafel kan leggen. De vraag is of de minister dan wél bereid is om burgers en volksvertegenwoordigers het antwoord te geven waar zij recht op hebben.

Blijf op de hoogte & steun onafhankelijke journalistiek

Interessant

5 7 stemmen
Artikel waardering

Robin de Boer

Robin de Boer (1983) heeft Economische Geografie gestudeerd aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is sinds juni 2014 werkzaam als hoofdredacteur van NineForNews.
Aanmelden
Laat het mij weten wanneer er
guest

0 Reacties
Oudste
Nieuwste Meeste stemmen
Inline Reacties
Alle reacties zien
Back to top button
0
We lezen graag je reactie!x