24 jaar na de moord op Pim Fortuyn komt journalist en auteur Hans Izaak Kriek met wat hij zelf omschrijft als de meest gevoelige onthulling uit zijn jarenlange dossieronderzoek naar de politieke moord die Nederland op 6 mei 2002 schokte. In een uitvoerige videoboodschap en in de aangekondigde tweede druk van zijn boek Pim Fortuyn – Moord op bestelling? stelt Kriek dat de hoogste ambtelijke kringen van Binnenlandse Zaken en de AIVD kort na de moord intern hebben erkend dat adequate beveiliging het leven van Fortuyn had kunnen redden.
Kriek baseert zich daarbij niet op speculatie, maar op ervaringen uit de zomer van 2002, toen zijn bedrijf Brain Box Communicatie Group door het ministerie van Binnenlandse Zaken werd ingeschakeld om topfunctionarissen voor te bereiden op verhoren door de Commissie-Van den Haak, die onderzoek deed naar de beveiliging rond Fortuyn en de gebeurtenissen die tot zijn dood hadden geleid. Tijdens die besloten voorbereidingssessies stelde Kriek telkens dezelfde confronterende vraag: als Pim Fortuyn adequaat was beveiligd, had hij dan nog geleefd? Het antwoord dat hij naar eigen zeggen van alle aanwezige topambtenaren kreeg, was steevast bevestigend.
Kriek noemt in dat verband een reeks prominente namen uit de toenmalige veiligheids- en bestuursketen. Onder hen bevonden zich secretaris-generaal van het ministerie van Binnenlandse Zaken Jan-Willem Holtslag, directeur-generaal openbare orde en veiligheid op Binnenlandse Zaken Tom Annink, plaatsvervangend directeur-generaal openbare orde en veiligheid Lidewijde Ongering, directeur democratische rechtsorde Erik Akerboom, voorzitter van de technische evaluatiecommissie Joris Demmink en daarnaast diverse analisten van de AIVD en medewerkers van de politie. Zij werden allen geconfronteerd met dezelfde hypothetische vraag over Fortuyns beveiliging en onderschreven in essentie dat betere bescherming het verschil had kunnen maken tussen leven en dood:
In zijn relaas richt Kriek de schijnwerpers in het bijzonder op Erik Akerboom, destijds een sleutelfiguur binnen Binnenlandse Zaken op het terrein van dreigingsanalyses en later opgeklommen tot hoogste baas van de AIVD. Kriek stelt dat Akerboom tijdens de voorbereidingssessies bevestigde dat adequate beveiliging Fortuyn had kunnen redden, maar dat hij daar vervolgens in de openbaarheid nooit expliciet over heeft gesproken. Dat Akerboom hierover zweeg, ook bij zijn vertrek als AIVD-topman dit jaar, noemt Kriek veelzeggend.
Die terughoudendheid verwijt Kriek niet alleen de overheid, maar ook de journalistiek. Hij zegt dat hij De Telegraaf expliciet de kans heeft geboden om Akerboom met deze informatie te confronteren en een journalistieke primeur te brengen over de interne erkenning dat betere beveiliging Fortuyn had kunnen redden. De krant zag daarvan af. Kriek spreekt van een gemiste scoop en een journalistieke blunder, juist omdat de kwestie eenvoudig controleerbaar was via hoor en wederhoor.
Een tweede pijler onder Krieks nieuwe onthullingen vormt zijn contact met voormalig AIVD-analist Berrie Hanselman, die hij omschrijft als de belangrijkste specialist op het gebied van politiek gewelddadig activisme in de periode rond de Fortuyn-moord. Dat Hanselman nooit door de Commissie-Van den Haak is gehoord, versterkt in Krieks ogen het beeld dat cruciale inhoudelijke kennis buiten het officiële onderzoeksrapport is gebleven.
Er is al een kwart eeuw sprake van collectief stilzwijgen. Pogingen om oud-politieke hoofdrolspelers uit 2002 – onder wie Ad Melkert, Thom de Graaf, Jan Peter Balkenende en Paul Rosenmöller – tot publieke reflectie te bewegen, liepen op niets uit. Slechts enkelen reageerden summier; de meesten zwegen. Voor Kriek bevestigt dat dat niet alleen de overheid, maar ook de politiek en de media nooit volledig bereid zijn geweest de vraag onder ogen te zien hoe voorkombaar de moord op Fortuyn is geweest.
Met de heruitgave van zijn boek, bewust gepland rond de jaarlijkse herdenking van 6 mei, wil Kriek dat debat alsnog forceren. Zijn centrale boodschap is dat Nederland zich 24 jaar lang heeft vastgehouden aan de geruststellende conclusie dat de moord op Pim Fortuyn een tragisch maar geïsoleerd incident was, terwijl binnen de hoogste bestuurslagen allang werd beseft dat adequaat ingrijpen een ander verloop van de geschiedenis had kunnen opleveren.
Over de auteur: Robin de Boer is economisch geograaf. Volg hem hier op Substack voor exclusieve content.
Blijf op de hoogte & steun onafhankelijke journalistiek
Even voor je naar X gaat
X (voorheen Twitter) toont onze berichten alleen aan ingelogde gebruikers. Als je niet bent ingelogd bij X, krijg je de melding dat @9fornews nog niets heeft gepost — dat klopt niet, ons account is gewoon actief. Log dus in bij X.






Vaccinatiegraad blijkt fors lager: ‘Dit legt een bom onder alle conclusies over ziekenhuisopnames’
Toch iets buitenaards? Onverklaarbaar object vastgelegd boven Pijnacker
Oud-hoofd MIVD overstelpt met kritiek na uitspraken over afluisterpraktijken in Nederland: ‘Wat een enge man’
Zo doet de publieke omroep verslag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen: ‘Gewoon van ons belastinggeld betaald dit’
Van Dissel in 2020: kinderen verspreiden corona bijna niet. Van Dissel in 2021: inenten kinderen heeft effect
Coronavirus ‘is erger dan een bom’, waarschuwt deze Italiaanse arts
Piloten zien twee UFO’s boven hoofdkwartier Scientology
Psychiatriebijbel dient vooral farmaceutische industrie
We worden door idioten geregeerd. Kijk hoe Baudet premier Rutte aanpakt in de Tweede Kamer