Onafhankelijk journalist Jonathan Krispijn staat in een nieuwe YouTube-uitzending uitgebreid stil bij de eigendoms- en aandeelhoudersstructuur van De Telegraaf. Volgens hem verklaart juist die structuur waarom de krant, ondanks haar imago als rechtse en kritische stem, in de praktijk nooit fundamenteel ingaat tegen dominante geopolitieke en economische narratieven. Zijn analyse richt zich niet zozeer op individuele journalisten, maar op de machtslagen boven de redactie.
Krispijn stelt dat veel Nederlanders die het vertrouwen in de publieke omroep, met name de NOS, hebben verloren, uiteindelijk bij De Telegraaf terechtkomen. Die krant fungeert als een soort tussenstation: kritisch genoeg om afstand te nemen van het “linkse” imago van de publieke omroep, maar niet radicaal of systeemkritisch. Juist daardoor, zo betoogt hij, blijven lezers binnen de grenzen van het bestaande politieke en economische kader.
De kern van zijn betoog draait om Mediahuis, het mediaconcern waar De Telegraaf onder valt. Krispijn benadrukt dat invloed binnen mediabedrijven zelden plaatsvindt via directe inhoudelijke sturing, maar via benoemingen. Wie de sleutelposities mag invullen, bepaalt uiteindelijk de koers. In dat licht wijst hij op de rol van Thomas Leysen, voorzitter van de raad van bestuur van Mediahuis.
Leysen is nauw verbonden met internationale politieke en economische netwerken. Hij noemt diens betrokkenheid bij de Trilaterale Commissie, de European Round Table of Industrialists (ERT) en de Bilderbergconferentie. Deze netwerken speelden historisch een belangrijke rol bij de vormgeving van de Europese integratie, waaronder de uitbreiding van de Europese Unie en de invoering van de euro. Krispijn stelt dat dit wijst op een uitgesproken pro-EU- en globalistische oriëntatie aan de top van het mediaconcern.
Die oriëntatie werkt via een keten van benoemingen door tot op redactieniveau, stelt hij. Bestuurders benoemen directies, die op hun beurt toezichthouders en hoofdredacteuren aanstellen. In zo’n systeem, aldus Krispijn, worden doorgaans mensen geselecteerd die ideologisch, netwerkmatig en cultureel bij elkaar passen. Hij vergelijkt dit mechanisme met de publieke omroep, waar ook zelden mensen met fundamenteel afwijkende politieke opvattingen op sleutelposities terechtkomen.
Als concreet voorbeeld wijst hij op de huidige hoofdredacteur van De Telegraaf, die in het verleden op de kandidatenlijst van de VVD heeft gestaan. Dat ziet hij als bevestiging dat de krant, ondanks haar kritische toon op bepaalde dossiers, opereert binnen de kaders van gevestigde machtspartijen en geen echte systeemoppositie vormt.
Daarnaast benoemt Krispijn de Van Puijenbroeken, een grote aandeelhouder van Mediahuis. Guus van Puijenbroek, verbonden aan investeringsmaatschappij VP Capital, investeert onder meer in de energietransitie, CO2-reductie en alternatieve eiwitbronnen. Hierdoor ontstaat een structureel belangenconflict: een krant die eigendom is van partijen met financiële belangen in klimaat- en energietransitiebeleid zal volgens hem nooit fundamenteel kritisch zijn op het dominante CO2-narratief, omdat dit de waarde van investeringen van aandeelhouders zou kunnen schaden.
Ook noemt hij Marietje Schaake, voormalig Europarlementariër voor D66, die in juni vorig jaar toetrad tot de raad van bestuur van Mediahuis. In de ogen van Krispijn onderstreept dit de nauwe verwevenheid tussen media, politiek en internationale beleidsnetwerken.
Hij noemt het naïef om te geloven dat redacties volledig onafhankelijk zijn van de belangen van degenen die hun leiding benoemen. Zeker wanneer hoofdredacteuren en bestuurders persoonlijk en financieel afhankelijk zijn van hun positie, ontstaat vanzelf zelfcensuur en ideologische afstemming.
Krispijn plaatst deze kritiek in een bredere context. Hij stelt dat De Telegraaf en opiniemakers die daar regelmatig aan het woord komen, functioneren als wat hij een “fake oppositie” noemt: kritisch op thema’s als immigratie of culturele identiteit, maar uiteindelijk altijd meegaand met de NAVO, de Europese Unie en het Amerikaanse buitenlandbeleid.
De kern van zijn betoog is dat De Telegraaf, ondanks haar imago, structureel onderdeel is van een bredere internationale machtsorde. Door de combinatie van aandeelhoudersbelangen, benoemingsstructuren en ideologische netwerken vermijdt de krant fundamentele kritiek op thema’s als EU-integratie, NAVO-beleid, Amerikaans geopolitiek optreden en klimaatpolitiek, zegt hij. Daarmee, zo concludeert Krispijn, blijft ook deze krant uiteindelijk binnen de grenzen van het gevestigde systeem.
Over de auteur: Robin de Boer is economisch geograaf. Volg hem hier op Substack voor exclusieve content.






Na 3 maanden geeft het kabinet eindelijk ‘antwoord’ op vragen over de omstreden politiehandleiding ‘complotdenkers’
Deze piepkleine kristallen in je brein kunnen paranormale krachten ontgrendelen. Zo werkt het
Artsen zeer kritisch op IC-baas Gommers: ‘Waar ben je in hemelsnaam mee bezig?’
Kartel (inclusief BBB) ontneemt kiezer mogelijkheid te stemmen over referendumwet FVD: ‘Uiterst bijzonder’
Snel stijgend aantal arbeidsongeschikten sinds 2021: ‘Wanneer wordt dit beeld een prioriteit voor nader onderzoek?’
Sterven er echt zoveel zorgmedewerkers aan corona? Een analyse
‘Great Reset’ vormt een bedreiging, waarschuwt Australische senator
Kabinet wekt woede met warmtepompplicht: ‘En weer een ‘complottheorie’ die werkelijkheid wordt’
Voormalige hoge VN-functionaris ontmaskerd als pedofiel. Zijn vergrijpen zijn schokkend en triest