Mens en Dier

Hoe Rockefeller de nazi-oorlogsmachine van Hitler voedde

Help mee door dit met iederen die je kent op je social media te delen!

Een handelsovereenkomst uit 1929 tussen het Amerikaanse olie-imperium van John D. Rockefeller en het Duitse chemieconcern IG Farben legde de basis voor de brandstofvoorziening van Hitlers oorlogsmachine. Wat begon als een zakelijke transactie, eindigde als één van de meest beladen corporate schandalen uit de Amerikaanse geschiedenis.

Duitsland had tanks, maar geen olie

In de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog verkeerde Duitsland in een benarde strategische positie. Het land beschikte in 1938 over duizenden tanks en vliegtuigen, maar had vrijwel geen eigen olievoorraden. De binnenlandse energievoorziening bestond voor zo’n 90 procent uit steenkool. Ruwe olie vertegenwoordigde slechts 3 procent. Voor een militaire doctrine die draaide op snelheid en beweging — de latere Blitzkrieg — was dat een probleem. Een zeeblokkade door vijandige mogendheden zou de Wehrmacht direct lamleggen.

---Lees verder na dit advertentieblokje---

De oplossing die Berlijn zocht, lag in de chemie. Via een complexe hogedrukprocedure kon steenkool worden omgezet in vloeibare brandstof. Tegen 1939 draaiden veertien brandstoffabrieken op volle toeren. Zij produceerden uiteindelijk meer dan 92 procent van de vliegtuigbrandstof die de Luftwaffe gedurende de hele oorlog verbruikte. Maar die technologie was niet volledig Duits van oorsprong.

De deal van 35 miljoen dollar

In 1929 sloten Standard Oil en het Duitse chemiekartel IG Farben een opmerkelijke overeenkomst. Standard Oil droeg een pakket eigen aandelen ter waarde van 35 miljoen dollar over — omgerekend naar nu meer dan 650 miljoen dollar. In ruil daarvoor verkreeg het Amerikaanse bedrijf de exclusieve mondiale rechten op de hogedrukprocedure buiten Duitsland. De samenwerking werd ondergebracht in een gezamenlijke onderneming: de Joint American Study Company, kortweg Jasco.

IG Farben koos na Hitlers machtsovername snel de kant van het nieuwe regime. De directie financierde de nazi-verkiezingscampagne in ruil voor gegarandeerde staatscontracten voor synthetische brandstof. Tegelijkertijd breidde de samenwerking met Standard Oil zich uit.

Washington opent een onderzoek

Toen de Verenigde Staten in december 1941 de oorlog ingingen, veranderden de spelregels abrupt. Zakelijke relaties die tot dan toe golden als internationale handel, werden nu gemeten naar een heel andere maatstaf: oorlogsloyaliteit. Het Congres startte onderzoeken. Federale aanklagers richtten hun blik op Standard Oils patentafspraken met IG Farben en stelden de vraag of de samenwerking bewust was voortgezet, zelfs toen duidelijk was dat die de vijand versterkte.

Uit intern onderzoek bleek dat IG Farben zo’n tweeduizend buitenlandse patenten aan Standard Oil had overgedragen. Nog verontrustender: beide bedrijven hadden overlegd over manieren om hun patentrelatie overeind te houden, zelfs als Amerika de oorlog in zou gaan. Standard Oil probeerde bovendien zijn Hongaarse bezittingen ter waarde van 24 miljoen dollar in goud over te dragen aan een Duits-gelieerde partij — een transactie die het Amerikaanse ministerie van Financiën moest blokkeren.

Om een vernietigende strafzaak tijdens een wereldoorlog te vermijden, koos Standard Oil ervoor niet te vechten. Het bedrijf accepteerde een boete van 50.000 dollar en deed geen beroep op de aanklacht van criminele samenzwering met de vijand. Een schijntje voor een van ’s werelds machtigste ondernemingen.

De Geallieerden vernietigen wat Standard Oil hielp bouwen

De bittere ironie openbaarde zich in 1944. De Geallieerden hadden inmiddels vastgesteld dat de synthetische brandstofindustrie Duitslands grootste kwetsbaarheid was. Via het zogeheten Oil Plan werden onder meer de reusachtige IG Farben-installaties in Leuna gebombardeerd. Het resultaat was vernietigend. Tegen september 1944 was de Duitse productie van olie, brandstof en smeermiddelen met meer dan 90 procent ingestort. Tanks stonden stil. Vliegtuigen bleven aan de grond. Hitlers minister van Bewapening, Albert Speer, noemde de aanvallen later het moment waarop de technologische oorlog beslist werd.

Duitsland had jaren geïnvesteerd in een industrieel alternatief voor olie. De Geallieerden hoefden geen olievelden te veroveren. Ze verwoestten simpelweg de fabrieken die ze vervingen.

Een zakendeal met historische gevolgen

Je kunt je afvragen of Standard Oil bewust de nazi-oorlogsmachine wilde versterken. Wat vaststaat: het bedrijf hield zijn commerciële relaties in stand terwijl Europa afstevende op de grootste catastrofe van de twintigste eeuw, en betaalde uiteindelijk een symbolische boete voor de gevolgen daarvan.

Blijf op de hoogte & steun onafhankelijke journalistiek

Interessant

5 3 stemmen
Artikel waardering

Robin de Boer

Robin de Boer (1983) heeft Economische Geografie gestudeerd aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is sinds juni 2014 werkzaam als hoofdredacteur van NineForNews.
Aanmelden
Laat het mij weten wanneer er
guest

0 Reacties
Oudste
Nieuwste Meeste stemmen
Inline Reacties
Alle reacties zien
Back to top button
0
We lezen graag je reactie!x