Wetenschappers hebben aangetoond dat een stofje in olijfolie kankercellen razendsnel doodt. Het gaat om de stof oleocanthal, dat gezonde cellen onbeschadigd laat.
Het was al bekend dat oleocanthal kankercellen kan doden, alleen de manier waarop was nog niet bekend. Door dit onderzoek is duidelijk geworden dat er door oleocanthal een blaasje in de cel openbreekt. Vervolgens komen er enzymen vrij in de kankercel, die het mogelijk maken dat er een reactie ontstaat.
“Zodra dit gebeurt gaat het mis,” zei Paul Breslin van de Universiteit van Virginia. “De kankercellen werden door hun eigen enzymen gedood.” Binnen 30 minuten tot een uur stierven de kankercellen al als gevolg van het stofje. De gezonde cellen gingen in een soort slaapstand en werden een dag later weer actief.
De wetenschappers gaan de effecten van oleocanthal nu verder onderzoeken. Ze willen kijken of het stofje kankercellen in levende dieren kan doden en ervoor kan zorgen dat tumoren kleiner worden. Ze willen ook weten waarom kankercellen gevoeliger zijn voor het stofje dan gezonde cellen.
De Wereldgezondheidsorganisatie registreerde in 2012 14 miljoen kankergevallen. In datzelfde jaar stierven er wereldwijd acht miljoen mensen aan de ziekte. Het onderzoek is verschenen in het tijdschrift Molecular and Cellular Oncology.
[Rutgers]






Professor Cahill: ‘Gevaccineerde 70-plussers sterven waarschijnlijk binnen 2 tot 3 jaar’
Professor: ‘Overheidsexperiment toont link aan tussen oversterfte en coronavaccins’
Onze agrarische sector wordt steeds verder de kop ingedrukt: deze belangen gaan er achter schuil
Amerikaanse neurochirurg: ‘Er is meer na de dood’ (video)
Verbazing over ’theaterstuk’ dat tijdens zitting in zaak tegen Arno van Kessel werd opgevoerd: ‘Met stomheid geslagen’
Vrijwel alle presidenten VS stammen af van Engelse koning (video)
Nederlandse huishoudens met voorsprong grootste schuldenaars binnen Europa
Kruid van de maand april: Hartgespan
Fractievoorzitters praten in het geniep over verbieden FVD: ‘Het nieuwe fascisme zal zich antifascisme noemen’